Wintertijd: de illusie van een extra uur

Dit weekend gaat de wintertijd in. Zondagnacht zetten we de klok een uur achteruit. Dat betekent: een uur langer in bed liggen en dus extra slaap! Daar kijk ik nu al naar uit. Vanaf de start van de zomertijd mis ik dat extra uurtje. Mijn biologische klok houdt niet van dergelijke verrassingen. Het kost me daarom altijd weken voordat mijn gestel aan de uurwisseling gewend is.

Mijn bioritme geeft de voorkeur aan een stabiele klok

Ik ben dankbaar voor de herkenbare seizoenswisselingen die we in Nederland hebben. Alle dagen jaarrond zonder-jas-naar-buitenweer lijkt me helemaal niks. Maar het daglichtsysteem van winter- en zomertijd heeft wat mij betreft z’n langste eh…. tijd gehad. Van mij mag het per direct afgeschaft. Met zoveel mensen met slaapproblemen hebben we baat bij een klok die niet halfjaarlijks op de schop gaat. En dat durf ik, als voormalig slapeloze met meerdere plafonddiensten per week, hardop te zeggen.

Toen iedere stad nog zijn eigen tijd had

Op historiek.net las ik dat het in Nederland nog helemaal niet zo lang overal dezelfde tijd is. Aan de hand van de stand van de zon hanteerden steden en dorpen hun eigen lokale tijd. Met de opkomst van de spoorwegen en de telegraaf werd die wirwar aan tijden steeds onhandiger. Voor het plannen van treinverkeer en het verzenden van berichten was een uniforme tijdsindeling dan ook een logische stap. De zomertijd werd pas in 1916 in Nederland ingevoerd. Dat wist ik dus echt niet!

De oorsprong van de zomertijd

Het idee achter die zomertijd was slim bedacht: door de klok te verzetten kon men ’s avonds langer van het daglicht profiteren. Dat moest leiden tot een lager gebruik van kunstlicht en daarmee een besparing op kolen. Want er moest zuinig omgesprongen met de in W.O. I geslonken kolenvoorraden. Vanaf 1946 werd de klok niet meer elk half jaar verzet. Door de oliecrisis in 1977 voerde men de zomertijd weer in. Dit keer om energie te besparen. En zo is het nog steeds.

Waarom we nog steeds aan die klok draaien

Ook al stemde het Europees Parlement reeds in 2019 vóór het stoppen met de halfjaarlijkse tijdswisselingen, ziet het er niet naar uit dat dit op korte termijn gaat veranderen. Dus zet ik deze zondag voordat ik naar bed ga alvast mijn wekker een uur terug.

Dat fijne extra wintertijduurtje voelt een beetje alsof ik dan op maandag meer werktijd heb. Heel handig voor een uitsteller zoals ik. Los daarvan kom ik op maandagochtend altijd uitermate traag op gang. Maar een uur meer op de klok betekent natuurlijk niet dat ik opeens productiever word.

Meer tijd voelen is iets anders dan meer tijd hebben

Sterker nog, het gevoel dat ik toch nog genoeg tijd heb, werkt bij mij vaak averechts. Dan schuif ik dingen voor me uit omdat ik denk dat het later ook nog wel kan. Daarom ga ik zo goed op strakke deadlines. Dan moèt er iets af en ga ik als een speer. Misschien is die wintertijd daarom ook wel een lesje in timemanagement.

Meer tijd ervaren is alleen niet hetzelfde als meer tijd hebben. Uiteindelijk moet hetzelfde werk gebeuren, dezelfde actielijst afgewerkt en dezelfde deadlines gehaald. Dat winterse cadeau-uurtje besteed ik daarom liever aan iets wat ik liever niet uitstel: slapen. Want van een verzette klok krijg ik niet meer tijd, maar van een extra uur slaap wel meer energie.

Spread the love